Naar hoofdinhoud Naar navigatie

Zorgsector

DataGrow helpt zorgorganisaties actuele zorgvraag, personele inzet en beschikbare capaciteit samen te brengen voor dagelijkse operationele beslissingen.

Zorgvraag en capaciteit

Een leeg bed of een vrije behandelplek betekent niet dat een patiënt of cliënt direct geholpen kan worden. Daarvoor zijn ook de juiste medewerkers en voldoende budget nodig.

DataGrow brengt de actuele zorgvraag, het rooster en de financiële ruimte samen. Zo wordt zichtbaar waar de planning niet meer past en waar nog capaciteit beschikbaar is.

Elektronisch Patiëntendossier (EPD/ECD)

Het EPD of ECD laat zien welke zorg is gepland en geregistreerd. Het laat niet automatisch zien welke medewerkers beschikbaar zijn of hoeveel ruimte een team binnen het budget heeft.

DataGrow bepaalt per capaciteitsvraag welke gegevens uit het EPD of ECD, het rooster en de financiële administratie nodig zijn. Zo kan een zorgleider beoordelen wat een team of locatie werkelijk aankan.

IT-migratie en rapportages

Bij de overstap naar een nieuw EPD, ECD of dataplatform worden bestaande rapportages vaak als uitgangspunt genomen. Daarmee kunnen ook dubbele dashboards en verschillende definities meegaan.

DataGrow bepaalt eerst met de gebruikers welke informatie in het dagelijkse werk nodig blijft. Daarna wordt vastgelegd welke definitie en bron leidend zijn en wat opnieuw moet worden gebouwd.

De planning van de ochtend kan in de middag al niet meer passen bij de zorgvraag

In een ziekenhuis loopt een ontslag uit en blijft een bed langer bezet. In de ggz groeit de wachtrij voor een specialistische behandeling. In de langdurige zorg blijkt een open plek niet inzetbaar omdat de juiste bezetting ontbreekt.

De situatie verschilt per zorgvorm, maar de operationele vragen zijn herkenbaar:

  • Waar is de zorgvraag zwaarder dan bij de planning werd verwacht?
  • Waar loopt een opname, behandeling, overdracht of uitstroom vertraging op?
  • Welk team of welke locatie heeft nog passende ruimte en gekwalificeerde medewerkers?
  • Waar is extra inzet nodig voordat het knelpunt groter wordt?

Deze vragen kunnen niet wachten op de volgende periodieke rapportage. De informatie moet aansluiten op het moment waarop een team nog kan bijsturen.

Een rooster, wachtlijst of bezettingscijfer laat maar een deel van de situatie zien

Een bezettingspercentage kan hoog zijn, terwijl een afdeling nog ruimte heeft voor een specifieke patiëntgroep. Een rooster kan op sterkte lijken, terwijl ziekteverzuim of de benodigde deskundigheid de inzet beperkt. Een wachtlijst laat zien hoeveel mensen wachten, maar niet altijd waar de doorstroom vastloopt.

De benodigde kennis ligt verspreid over de organisatie:

  • Zorgteams zien welke zorg nodig is en waar de situatie verandert.
  • Planners weten welke medewerkers en diensten daadwerkelijk beschikbaar zijn.
  • HR kent verzuim, vacatures en de inzetbaarheid van medewerkers.
  • Bedrijfsvoering bewaakt locaties, beschikbare plaatsen en gemaakte afspraken.
  • Technische teams beheren de registraties, bronnen en toegangsrechten.

Als deze informatie los van elkaar wordt bekeken, kan ieder cijfer op zichzelf kloppen en toch een onvolledig beeld geven. De beslissing vraagt om de samenhang tussen de actuele zorgvraag, de beschikbare mensen en de ruimte om patiënten of cliënten te helpen.

Voor de volgende dienst moet duidelijk zijn waar de bezetting niet past bij de zorgvraag

DataGrow begint niet bij de keuze voor een dashboard. Eerst wordt bepaald welke beslissing op welk moment nodig is. Bijvoorbeeld: waar ontstaat voor de volgende dienst een tekort aan passende inzet?

Daarna worden de mensen betrokken die ieder een deel van het antwoord kennen:

  • De zorgleider bepaalt welk besluit de informatie moet ondersteunen.
  • Zorgprofessionals en planners leggen uit welke uitzonderingen in de praktijk tellen.
  • Domeinexperts bepalen wat begrippen zoals bezetting, zorgzwaarte of verzuim betekenen.
  • Technische teams wijzen aan waar de gegevens staan en wie ze mag gebruiken.

Vervolgens worden definitie, bron, detailniveau en eigenaar vastgelegd. Pas daarna wordt bepaald welke rapportage, koppeling of technische aanpassing nodig is. Zo sluit de oplossing aan op het werkritme van de organisatie en op de bestaande eisen voor toegang en informatiebeveiliging.

Case study: ruim 200 dashboards terugbrengen tot minder dan 20 tijdens een IT-migratie

Een Nederlandse zorgorganisatie moest haar rapportages overzetten naar een nieuw dataplatform. Het bestaande platform bevatte ruim 200 dashboards. Informatie kwam op meerdere plekken terug en dezelfde cijfers sloten niet altijd op elkaar aan.

Alle dashboards opnieuw bouwen zou die overlap meenemen naar de nieuwe omgeving. Daarom onderzocht DataGrow eerst welke informatie de gebruikers nodig hadden:

  • Wie gebruikt de rapportage?
  • Welke vraag of beslissing moet de informatie ondersteunen?
  • Welke definitie en bron zijn leidend?
  • Welk detailniveau is nodig en wie is eigenaar?

Op basis daarvan werd de nieuwe scope bepaald. De rapportageomgeving bestond uiteindelijk uit minder dan 20 dashboards voor zorginhoudelijke informatie en bedrijfsvoering. Voor verzuim werd bijvoorbeeld een definitie uitgewerkt die aansloot op een sectorale benchmark.

De case laat zien waarom een rapportagemigratie geen kopieeropdracht is. Eerst moet duidelijk zijn welke informatie in de dagelijkse praktijk nodig blijft. Daarna kan de technische omgeving gericht worden ingericht.

Klaar om te starten?

Welke zorgbeslissing moet eerder met actuele informatie worden ondersteund?

Een eerste toepassing begint bij een beslissing die iedere dag of dienst terugkomt en nog tijd laat om bij te sturen. Bijvoorbeeld:

  • Waar is de actuele zorgvraag groter dan de beschikbare personele inzet?
  • Waar loopt een wachtlijst, overdracht of uitstroom verder op?
  • Welke gegevens uit het EPD of ECD, het rooster en het budget zijn nodig om de beschikbare capaciteit te beoordelen?
  • Welke rapportages en definities moeten tijdens een IT-migratie beschikbaar blijven?

Tijdens een kennismaking kiezen we een van deze vragen en lopen we na hoe die nu wordt beantwoord. Waar ontstaat vertraging? Over welk cijfer ontstaat discussie? En op welk moment kan de zorgorganisatie nog bijsturen?